In de werkbalk vind je de belangrijkste gereedschappen en opdrachten die je kunt toepassen op een geselecteerd object in het werkvenster of waarmee je een nieuw object in het werkvenster kunt invoegen.
De pictogrammen zijn voor een beter overzicht thematisch geordend in zogenaamde 'werksets'.
Als je met de muis op een knop gaat staan, verschijnt er een tooltip met de bijbehorende opdracht.
Omdat er op de werkbalk niet genoeg plaats is om alle gereedschappen te kunnen weergeven, kun je een aantal werksets openklappen door te klikken op ' ··· '. Zo kun je alle verborgen gereedschappen zien.
|
Tip: |
De volgende gereedschappen kunnen niet bij alle editors worden gebruikt. Je kunt er dan niet op klikken of je kunt ze zelfs helemaal niet zien.
Hiermee kun je altijd de status van je product opslaan.
Als je het product nog niet hebt opgeslagen, wordt er een dialoogvenster geopend waarbij je de opslaglocatie en bestandsnaam kunt instellen.
Hiermee kun je projecten die je hebt opgeslagen, openen en verder bewerken.
Er wordt hierbij een dialoogvenster geopend waarbij je de opslaglocatie en bestandsnaam kunt kiezen.
Hiermee wordt de fotoboekassistent geopend waarmee je een fotoboek makkelijker kunt bewerken. Hierbij zijn de meeste keuzes automatisch doorgevoerd.
Maakt een voorstel voor een fotoboek dat vaak niet of maar deels hoeft te worden bewerkt.
Hetzelfde als 'Opslaan', maar je kunt het product ook een andere bestandsnaam geven om bijvoorbeeld een kopie van je product te maken of om verschillende versies van je product te archiveren.
Als je op deze knop klikt, wordt er een dialoogvenster geopend met de eigenschappen van het product dat je hebt geopend en de prijsdetails.
De eigenschappen kunnen eventueel ook nog worden bewerkt. Zo kun je bij een fotoboek bijvoorbeeld het type omslag, het aantal pagina's, de papiersoort en het formaat wijzigen.
Hiermee wordt de bewerking die je het laatst hebt uitgevoerd, teruggezet en de opdracht wordt hierbij ongedaan gemaakt
(je kunt deze functie alleen gebruiken als je al een opdracht hebt uitgevoerd).
Hiermee wordt de laatste opdracht die je ongedaan hebt gemaakt, weer uitgevoerd.
De laatste opdracht die je ongedaan hebt gemaakt, wordt dus eigenlijk weer ongedaan gemaakt.
(je kunt deze functie alleen gebruiken als je al een opdracht ongedaan hebt gemaakt).
Hiermee worden een of meer geselecteerde objecten gewist.
Hiermee worden een of meerdere geselecteerde objecten op het klembord geplaatst en het originele bestand wordt daarbij verwijderd.
Hiermee worden een of meerdere geselecteerde objecten op het klembord geplaatst. Het originele bestand wordt daarbij niet van de oorspronkelijke locatie verwijderd.
Hiermee worden objecten vanuit het klembord weer op het werkblad van de editor geplaatst.
Hiermee kun je de hulprasterfunctie om objecten beter binnen een fotoveld te kunnen plaatsen, in- of uitschakelen.
Als je ook de functie 'Intelligent hulpraster' hebt ingeschakeld (de knop eronder), worden de fotovelden en andere objecten aan de kruispunten van het hulpraster uitgelijnd.
Doorslaggevend voor het uitlijnen van de 'randen' van het verschoven object (rechts, links, onder, boven) is de richting waarin je de randen schuift.
Als je het object of de rand van een object (met de formaatgrepen) bijvoorbeeld naar rechts verschuift, wordt de rechterkant van het object uitgelijnd aan de lijn van het objectraster.
Je kunt de afstanden tussen de rasterlijnen bij 'Instellingen' in de menubalk onder 'Editor' instellen.
Hiermee kun je de functie 'Intelligent hulpraster' in- of uitschakelen.
Je kunt objecten hiermee makkelijker aan elkaar uitlijnen.
De objecten worden horizontaal en/of verticaal aan elkaar uitgelijnd.
De hulplijnen die automatisch zijn uitgeschakeld, zijn een hulpmiddel om de randen van andere objecten te verlengen.
Je kunt de gevoeligheid van het uitlijnen bij 'Instellingen' in de menubalk onder 'Editor' instellen.
Met deze knoppen kun je het geselecteerde object (bij fotovelden ook de inhoud) in stappen van 90° draaien.
Klik twee keer op de knop om een foto of tekst op z'n kop te zetten.
De fotovelden en andere objecten kunnen elkaar deels overlappen en bedekken.
Met de knoppen kun je instellen in welke volgorde de objecten op elkaar liggen, dus welk objecten op de voorgrond en achtergrond van de indeling liggen.
|
Uitzondering: Tekstvelden liggen altijd op de voorgrond en kunnen wel onder een ander tekstveld, maar nooit onder een foto geschoven worden. |
Door op deze knop te klikken, wordt er nog een opgeslagen indeling met hetzelfde aantal foto's gebruikt (indien mogelijk).
Zo kun je alle beschikbare indelingen uitproberen en kijken welke indeling je het mooist vindt.
Tekstvelden worden hierbij niet meegenomen. Let dus op: alle tekstvelden die je hebt gebruikt, worden hierbij gewist!
Als je een nieuw fotoveld op de pagina van een product plaatst of een fotoveld verwijdert, wordt hiermee automatisch een volgende opgeslagen indeling gebruikt die past bij het aantal gebruikte foto's. Zo wordt ervoor gezorgd dat de fotovelden goed over de pagina's worden verdeeld. Er verschijnt een melding als er geen passende indeling is gevonden.
Je kunt de melding met deze knop in- of uitschakelen.
Je kunt een indeling die je hebt bewerkt of een nieuwe indeling die je hebt gemaakt, opslaan. Zo kun je deze indeling ook op andere pagina's gebruiken.
De indeling is dan in het selectiedeelvenster te zien en wordt gemarkeerd met een sterretje.
In het opengeklapte deel:
De geselecteerde objecten worden hiermee naast elkaar gecentreerd.
Het project dat als eerst is geselecteerd, is bepalend hiervoor.
De geselecteerde objecten worden hiermee boven elkaar gecentreerd.
Het project dat als eerst is geselecteerd, is bepalend hiervoor.
De geselecteerde objecten worden hiermee links uitgelijnd.
Het project dat als eerst is geselecteerd, is bepalend hiervoor.
De geselecteerde objecten worden hiermee rechts uitgelijnd.
Het project dat als eerst is geselecteerd, is bepalend hiervoor.
De geselecteerde objecten worden hiermee boven uitgelijnd.
Het project dat als eerst is geselecteerd, is bepalend hiervoor.
De geselecteerde objecten worden hiermee onder uitgelijnd.
Het project dat als eerst is geselecteerd, is bepalend hiervoor.
De geselecteerde objecten worden hiermee met dezelfde draaihoek gelijkgetrokken.
Het project dat als eerst is geselecteerd, is bepalend hiervoor.
De geselecteerde objecten worden hiermee even groot gemaakt.
Het project dat als eerst is geselecteerd, is bepalend hiervoor.
|
Let op: Het object dat of de pagina (als je maar één object hebt geselecteerd) die je als eerst hebt geselecteerd, |
De geselecteerde objecten worden horizontaal verdeeld met dezelfde afstanden of overlappingen.
De meest linkse en meest rechtse rand van het geselecteerde object zijn hier bepalend voor.
De geselecteerde objecten worden verticaal verdeeld met dezelfde afstanden of overlappingen.
De bovenste en onderste rand van het geselecteerde object zijn hier bepalend voor.
Hiermee wordt op de dubbele pagina die je hebt geopend, een nieuwe 'linkerpagina' ingevoegd.
Alle pagina's die daarachter staan, worden dan met inhoud en achtergrond naar de volgende pagina verschoven.
Hiermee wordt op de dubbele pagina die je hebt geopend, een nieuwe 'rechterpagina' ingevoegd.
Alle pagina's die daarachter staan, worden dan met inhoud en achtergrond naar de volgende pagina verschoven.
Hiermee wordt op de dubbele pagina die je hebt geopend, een nieuwe dubbele pagina ingevoegd.
|
Opmerking voor het toevoegen van pagina's: |
Hiermee wordt de dubbele pagina die is geopend, verwijderd.
Hiermee wordt op de dubbele pagina die je hebt geopend, de 'linkerpagina' verwijderd.
De pagina en de inhoud ervan worden hiermee verwijderd. De pagina's die daarachter staan, worden dan met de achtergrond een pagina opgeschoven.
Hiermee wordt op de dubbele pagina die je hebt geopend, de 'rechterpagina' verwijderd.
De pagina en de inhoud ervan worden hiermee verwijderd. De pagina's die daarachter staan, worden dan met de achtergrond een pagina verschoven.
|
Controleer als je pagina's hebt toegevoegd of verwijderd, of de achtergronden op de pagina's die erachter staan nog kloppen. Heb je een boek gemaakt met achtergronden over dubbele pagina's? Dan is het aan te raden om nog een pagina te verwijderen of toe te voegen als je één pagina hebt leeggemaakt. |
Hiermee wordt van de achtergrond op de pagina die je hebt geopend, een witte achtergrond gemaakt.
Je kunt deze functie alleen gebruiken als je een design hebt gebruikt op de pagina.
Hiermee wordt het design verwijderd en de pagina is nu weer leeg.
Deze functie kan alleen worden gebruikt bij fotoboeken die uit meerdere pagina's bestaan.
Met 'Paginanummers weergeven' kun je aangeven of je paginanummers wilt in- of uitschakelen.
Je kunt kiezen uit de volgende paginanummeringen:
Arabische cijfers (1, 2, 3, ...)
Kleine Romeinse cijfers (i, ii, iii, ...)
Grote Romeinse cijfers (I, II, III, ...)
Kleine letters (a, b, c, ...) en
Hoofdletters (A, B, C, ...).
De tekst van de paginanummering is standaard '%'.
Het procentteken staat daarbij voor het paginanummer en mag niet worden verwijderd. Je kunt de rest van de tekst wel gewoon aanpassen.
'Pagina %' wordt 'Pagina 1', 'Pagina 2', 'Pagina 3', etc.
'- % -' wordt '- 1 -', '- 2 -', '- 3 -', etc.
en 'Fotoboek pagina %, bruiloft van Linda en Paul' wordt 'Fotoboek pagina 1, bruiloft van Linda en Paul', 'Fotoboek pagina 2, bruiloft van Linda en Paul', etc.
De afstand van de paginanummering tot de rand van de pagina kan horizontaal en verticaal worden ingesteld van 0,0 mm tot 50,0 mm.
Je kunt ook nog een 'Achtergrondkleur' voor het tekstveld met de paginanummering instellen.
De volgende instellingen zijn bedoeld voor het plaatsen van paginanummering op de pagina's:
|
Pagina 2 |
Pagina 3 |
Pagina 2 |
Pagina 3 |
|
|
midden boven |
|
buitenkant boven |
||
|
Pagina 2 |
Pagina 3 |
Pagina 2 |
Pagina 3 |
|
|
midden onder |
|
buitenkant onder |
||
Bij 'Teksteigenschappen' kun je het lettertype, de lettergrootte, de tekststijl (vet en cursief) en de tekstkleur van de paginanummering instellen.
Je kunt verder ook de kleur en dikte van de letterrand wijzigen.
Als je bijvoorbeeld een donkere/zwarte tekstkleur hebt ingesteld, zorgt een lichte/witte letterrand ervoor dat de paginanummers zowel op een lichte als donkere achtergrond goed leesbaar zijn.
Je kunt natuurlijk ook kiezen voor een donkere letterrand en een lichte tekstkleur, dat werkt net zo goed.
Bij de voorbeeldtekst kun je zien hoe de tekst er komt te zijn als je de instellingen wijzigt.
Hiermee wordt het dialoogvenster 'Objecten positioneren' geopend. Je kunt hiermee tot op de millimeter nauwkeurig de positie, de draaiing, het formaat en de zoom instellen. Je kunt ook meerdere fotovelden selecteren en de waarden voor al deze velden tegelijk aanpassen.
Het venster heeft drie tabbladen 'Objecten positioneren', 'Draaiing wijzigen' en 'Objectformaat wijzigen'.
De instelling '... behouden' is standaard ingesteld.
Met deze instellingen kun je foto's en tekstvelden tot op de millimeter nauwkeurig in de indeling plaatsen.
Met de instelling 'Gelijkmatig verschuiven' wordt het geselecteerde object met de onder aangegeven waarde verschoven.
Als er meerdere objecten tegelijk zijn geselecteerd, verandert de afstand tussen de objecten niet.
De paginabreedte (bij een verticale lijn) of paginahoogte (bij een horizontale lijn) of beide (bij 'Gelijkmatig verschuiven') van de totale oppervlakte van de indeling worden ook aangegeven als richtlijn.
Bij fotoboeken wordt met de paginabreedte daarom de breedte van de dubbele pagina aangegeven.
| Je kunt kiezen uit: | ||||
| Voor/uitgangssituatie (het object aan de linkerkant is het eerst geselecteerd): |
![]() |
|||
| 'Boven een horizontale lijn uitlijnen' | ![]() |
'Links van de verticale lijn uitlijnen' | ![]() |
|
| 'Middelpunt horizontaal uitlijnen' | ![]() |
'Middelpunt verticaal uitlijnen' | ![]() |
|
| 'Onder een horizontale lijn uitlijnen' | ![]() |
'Rechts van de verticale lijn uitlijnen' | ![]() |
|
Middelpunt, rechts, links, boven en onder hebben betrekking op de fotovelden.
Horizontaal en verticaal hebben betrekking op de totale oppervlakte van het werkvenster.
Je kunt de fotovelden ook in het midden van de pagina centreren met de opties 'Middelpunt ... uitlijnen'.
Let op: Verschuif de foto's of teksten niet zo ver dat je ze niet meer kunt zien in de editor. Als je de foto's deselecteert, kun je ze niet meer terugschuiven. De foto's worden dan automatisch uit je bestelling verwijderd omdat ze buiten het werkvenster vallen.
Bij de instelling 'Gelijkmatig verschuiven' wordt het geselecteerde object met de onder aangegeven waarde verschoven. De draaiing heeft betrekking op het werkblad van de editor.
Je kunt ook meerdere geselecteerde objecten met dezelfde hoek draaien.
Met de instelling 'Relatieve draaiing wijzigen' kun je het object of de objecten met een aangegeven hoek draaien, ook als de foto's al waren gedraaid.
Dan wordt de nieuwe draaiing aan de huidige draaiing toegevoegd.
Je kunt met deze instellingen ook tekstvelden draaien.
Het formaat van het object wordt absoluut ingesteld in centimeters voor de hoogte en breedte, of het formaat van het object wordt relatief aangepast in procenten. Je kunt dit ook doen met tekstvelden.
Hiermee plaats je een tekstveld in een indeling die je kunt vormgeven en vullen met je eigen teksten.
Je kunt het tekstveld met de muis overal op de pagina plaatsen.
In het tekstveld is standaard de tekst '- Klik voor je tekst -' te zien.
Een lijst in de werkbalk met alle lettertypes die op je computer zijn geïnstalleerd. Het lettertype wordt weergegeven in de opmaak en met de naam van het lettertype dat je hebt gekozen.
Voor de zogenaamde tekststijl (vet, cursief) en het onderstrepen van de geselecteerde tekst
Hiermee kun je de kleur van de geselecteerde tekst instellen.
Je kunt naast de standaardkleuren ook andere kleuren kiezen met de opdracht 'Kleur kiezen...'.
Er wordt een nieuw venster geopend waarin aan de linkerkant verschillende standaardkleuren te zien zijn waar je uit kunt kiezen.
Onder de standaardkleuren kun je klikken op 'Pak een kleur uit de foto'. Dit is hetzelfde als de 'pipet' bij andere fotobewerkingsprogramma's.
Met een dradenkruis kun je de kleur kiezen van een pixel naar keuze op je beeldscherm of een foto die je hebt geselecteerd.
Aan de rechterkant is een kleurenspectrum te zien en hiermee kun je alle kleuren met elkaar mengen of de kleur wijzigen.
Klik hiervoor gewoon op de gewenste plaats in het kleurenspectrum.
Je kunt onder het kleurenspectrum ook de numerieke waarden invullen.
Sla een kleur op als eigen kleur als je deze kleur vaker wilt gebruiken.
Klik hierbij bij 'Eigen kleuren' op een vakje dat je nog niet hebt gebruikt of niet meer nodig hebt en klik dan op 'Aan eigen kleuren toevoegen'. De kleur wordt dan in het geselecteerde vakje gezet.
Klik vervolgens op 'OK' rechtsonder. De kleur wordt dan overgenomen.
(zie ook 'Een kleur kiezen' in de 'Tips en trucs').
Hiermee wordt de hele achtergrond van het tekstveld met de gekozen kleur ingekleurd. Je kunt ook hier de functie 'Tekstkleur kiezen...' gebruiken.
Een lijst in de werkbalk met de beschikbare lettergroottes. Je kunt ook het cijfer van de gewenste lettergrootte in het vakje invullen.
Een snellere methode om met een of meer stappen de juiste lettergrootte in te stellen.
Je kunt de grootte van de tekst hiermee in stappen vergroten of verkleinen.
In het opengeklapte deel:
Dit zijn de zogenaamde alineastijlen waarmee je de tekst binnen een tekstveld kunt uitlijnen. Het hele tekstveld dat je hebt geselecteerd, wordt dan uitgelijnd.
Gebruik de opdrachtengroep 'Meer tekstinstellingen...' in het contextmenu als je een alinea binnen een tekstveld wilt uitlijnen.
Nu wordt het dialoogvenster 'Tekstinstellingen' geopend.
Hier zijn over het algemeen alle beschikbare eigenschappen van een tekstveld te vinden, zoals lettertype en kleuren, maar ook de afstand tussen de tekst en het tekstveld ('Marge binnenkant)' en gekleurde letterranden, die je anders niet kunt instellen.
Vink het vakje voor de teksteigenschap aan die je wilt wijzigen.
|
Let op: Deze instellingen worden gebruikt voor alle delen van een tekstveld. |
Je kunt de wijzigingen van de tekstinstellingen alleen op het geselecteerde tekstveld (of de geselecteerde tekstvelden) of alle teksten van het fotoproduct toepassen.
|
Opmaakbewerkingen bij tekst Opmaakbewerkingen worden alleen toegepast bij tekst rechts van de tekstcursor die nog niet is ingevuld of delen van een tekst die je hebt geselecteerd. Je kunt delen van een tekst selecteren door de linkermuisknop ingedrukt te houden en dan over je de tekst te slepen of de cursor voor het woord dat moet worden opgemaakt, te plaatsen, de shift-toets in te drukken en dan achter de tekst te klikken die moet worden opgemaakt. |
Hiermee wordt in een indeling een nieuw fotoveld voor een foto ingevoegd. Je moet het veld dan nog vullen door in het selectiedeelvenster te klikken op 'Foto & video'.
Je kunt de positie, het formaat, de draaiing en de volgorde van de fotovelden wijzigen.
Als je een nieuw fotoveld invoegt en een fotoveld op het werkblad hebt geselecteerd, krijgt het nieuwe fotoveld hetzelfde formaat als het geselecteerde veld.
Zo kun je snel en makkelijk meerdere fotovelden van hetzelfde formaat in het werkvenster invoegen.
Zie het hoofdstuk 'Werken met indelingen'.
Hoewel de naam van de werkset 'Foto' anders doet vermoeden, kun je niet alleen voor foto's, maar ook voor andere objecten gebruiken:
Als je een foto hebt geselecteerd, wordt de fotoshow geopend (zie het hoofdstuk 'De fotoshow'.)
Als je de fotoshow afsluit, kun je de bewerkte foto opslaan met zijn oorspronkelijke naam of met een nieuwe naam.
De bewerkte foto wordt dan overgenomen in de producteditor.
Als je een clipart hebt geselecteerd, wordt het venster 'Clipart aanpassen' geopend.
Je kunt hiermee alle kleuren die in een clipart voorkomen, apart wijzigen.
|
De meeste cliparts bestaan uit slechts 2 tot 6 kleuren, maar bij cliparts met kleurverloop of heel veel kleuren kan dit een tijdrovende klus zijn. |
Als je een landkaart heb geselecteerd (met de landkaartfunctie), wordt het dialoogvenster 'Kaartuitsnede kiezen' geopend.
Je kunt hiermee de uitsnede van de kaart en/of de stijl voor de kaart wijzigen.
Hiermee kun je de weergavegrootte van de foto in het fotoveld wijzigen. Als een foto groter is dan het fotoveld, kun je de foto in het fotoveld verschuiven en daarmee een deel van de foto in beeld brengen.
Je kunt nog makkelijker in- en uitzoomen met het wiel van de muis.
Let hierbij op de kwaliteitsindicator! Als je de foto vergroot, wordt de resolutie van de foto ook groter.
Met deze knoppen kun je een foto in een fotoveld 90° naar links of rechts draaien (niet het fotoveld zelf).
Dat is van belang als je eventueel een andere indeling kiest. Het fotoveld blijft dan gedraaid, maar een gedraaide foto wordt weer teruggezet.
Je kunt bij 'Instellingen' onder 'Foto' de functie 'Automatische foto-optimalisatie' voor alle foto's die je nog gaat invoegen, in- of uitschakelen.
Als je de functie uitschakelt, kun je hiermee voor elke geselecteerde foto apart instellen of 'Automatische foto-optimalisatie' moet worden gebruikt.
Automatische foto-optimalisatie is software in het fotolab waarmee de belichting, witbalans en andere foto-eigenschappen automatisch worden gecorrigeerd voor de beste kwaliteit foto's.
Bij foto's die je zelf hebt bewerkt met een fotobewerkingsprogramma, kun je de functie 'Automatische foto-optimalisatie' hier in- of uitschakelen.
Bij foto's waarbij het op kleur aankomt, zoals een zonsondergang, kun je deze functie beter uitschakelen om de natuurlijke kleuren op de foto te behouden. Door automatische witbalans worden de roodtinten van een zonsondergang namelijk verbleekt.
Hiermee wordt de foto die in het werkvenster is geselecteerd, als achtergrond op beide pagina's geplaatst.
Hiermee wordt een dialoogvenster geopend waarin je het gekozen object doorzichtig (transparant) kunt maken.
Je kunt met de schuifbalk instellen hoe doorzichtig het object moet worden.
Ook kun je hierbij de transparantie van de tekstvelden, cliparts en kaders instellen.
Je kunt foto's voorzien van een gekleurde rand zodat ze niet wegvallen op de achtergrond. Deze rand wordt dan ook gedrukt of afgedrukt.
Je kunt als eigenschappen de breedte (lijndikte) van de rand instellen en een kleur kiezen.
De kleur van de rand kan worden ingesteld door te klikken op het kleurveld.
Er wordt een nieuw venster geopend waarin aan de linkerkant verschillende standaardkleuren te zien zijn waar je uit kunt kiezen.
Onder de standaardkleuren kun je klikken op 'Pak een kleur uit de foto'. Dit is hetzelfde als de 'pipet' bij andere fotobewerkingsprogramma's.
Met een dradenkruis kun je de kleur kiezen van een pixel naar keuze op je beeldscherm of een foto die je hebt geselecteerd.
Aan de rechterkant is een kleurenspectrum te zien en hiermee kun je alle kleuren met elkaar mengen of de kleur wijzigen.
Klik hiervoor gewoon op de gewenste plaats in het kleurenspectrum.
Je kunt onder het kleurenspectrum ook de numerieke waarden invullen.
Sla een kleur op als eigen kleur als je deze kleur vaker wilt gebruiken.
Klik hierbij bij 'Eigen kleuren' op een vakje dat je nog niet hebt gebruikt of niet meer nodig hebt en klik dan op 'Aan eigen kleuren toevoegen'. De kleur wordt dan in het geselecteerde vakje gezet.
Klik vervolgens op 'OK' rechtsonder. Hiermee wordt de kleur van de rand ingesteld.
(zie ook 'Een kleur kiezen' in de 'Tips en trucs').
Je kunt de foto ook voorzien van een slagschaduw (mooi bij lichte achtergronden). Het lijkt dan net alsof de foto boven de achtergrond zweeft.
Je kunt als eigenschappen voor de slagschaduw de afstand, intensiteit (dekking), onscherpte (hoe 'vaag' de schaduwrand is), grootte van de schaduw (in verhouding tot de foto) en een richting voor de schaduw instellen. Met de regelaar die je met de muis kunt draaien, kun je de richting van de schaduw instellen.
In het voorbeeldvenster kun je zien hoe de schaduw er bij deze instellingen uit komt te zien.
Je kunt de eigenschappen van de gekleurde rand en schaduw instellen voor de foto die is geactiveerd (geselecteerd), voor alle foto's op deze twee pagina's of voor alle foto's op alle pagina's.
Gekleurde randen en schaduwen zijn eigenschappen van een object (de foto) en niet van een veld. Dat wil zeggen dat je de eigenschappen niet kunt zien als je de foto gewoon op een 'leeg' fotoveld plaatst. De foto moet hiervoor echt in een veld worden ingevoegd.
Een handig hulpmiddel bij het vergroten en verkleinen van foto's ('Inzoomen'/'Uitzoomen') is de kwaliteitsindicator. Aan de smiley in de werkbalk kun je zien hoe de kwaliteit van de foto wordt beoordeeld als deze foto zou worden gedrukt of afgedrukt.
Je kunt niet op deze knop klikken om een opdracht uit te voeren.
Een blauwe smiley betekent: er is geen foto geselecteerd.
Een groene smiley betekent: de resolutie is voldoende voor een zeer goede kwaliteit bij het drukken of afdrukken. Bij dit formaat foto is er dus geen sprake van kwaliteitsverlies.
Een gele smiley betekent: de resolutie van de foto is niet optimaal maar wel voldoende voor een goede kwaliteit bij het drukken of afdrukken. Dat betekent dat bij dit formaat foto sprake is van gering kwaliteitsverlies, maar je kunt de foto ook verkleinen om de afdrukkwaliteit te verbeteren.
Een rode smiley betekent: de resolutie is te laag voor een goede kwaliteit bij het drukken of afdrukken
(dit is ook te zien aan het waarschuwingspictogram op de foto zelf.)
De foto kan niet worden gebruikt in dit formaat omdat de afdrukkwaliteit te slecht is. Je moet de foto dus verkleinen of een andere foto met een hoger resolutie gebruiken.
In het opengeklapte deel:
Met deze knoppen kun je een foto die je in het werkveld heb gemarkeerd, instellen als achtergrond op de rechter- of linkerpagina van je fotoboek die je hebt geopend.
Met deze functie wordt er in de map waarin de door jou geselecteerde foto die je hebt staat, gezocht naar foto's die bij dezelfde gelegenheid zijn gemaakt (op datum en tijdstip) en/of er hetzelfde uitzien. Je kunt de mate van de gelijkenis instellen met een schuifbalk. Als je de schuifbalk in de richting van 'vrijwel gelijk' schuift, krijg je minder, maar misschien ook betere resultaten te zien.
Hiermee wordt in het voorbeeldvenster de map weergegeven waar de foto die je hebt geselecteerd, in staat en de miniatuur van de foto wordt gemarkeerd.
Als je op deze knopt klikt, wordt er geprobeerd om rode ogen te herkennen en corrigeren.
Deze functie werkt helaas niet altijd. Bij uitsneden van gezichten waarop maar één oog te zien is of bij foto's van dieren werkt deze functie bijvoorbeeld niet.
Deze functie dient als hulpmiddel voor het uitlijnen van (een deel) van de foto. Er is dan een raster te zien op de foto in het werkvenster.
Met het raster 'Regel van derden' wordt het fotoveld opgedeeld in 9 even grote rechthoeken. Hierdoor kun je makkelijker het beste formaat vinden voor een goede compositie.
Een voorbeeld hiervan is te vinden in de 'Tips en trucs'.
Het raster wordt niet gedrukt of afgedrukt.
Als je op deze knop klikt, wordt een website geopend met fotoboeken die als voorbeeld dienen voor klanten.
Hier kun je ideeën opdoen voor je eigen fotoboeken.
Soms wil je op een kaart aangeven waar een foto is gemaakt of waar je bent geweest.
Je kunt dan een landkaart toevoegen aan je fotoboek.
|
Aan het gebruik van een kaart zijn extra kosten verbonden! |
Door op de knop 'Nieuwe landkaart' te klikken, wordt een dialoogvenster geopend waarin je een kaart kunt kiezen.
Kies eerst een kaartuitsnede aan de linkerkant.
Je kunt makkelijker een kaartuitsnede vinden door een zoekwoord in te vullen.
Je kunt de kaartuitsnede verschuiven met de muis en de knoppen rechts onder de kaart. Met het wiel van de muis kun je in- en uitzoomen.
Hiermee kies je een kaartuitsnede.
Als je tevreden bent met de kaartuitsnede, kun je linksonder in het dialoogvenster een stijl voor de kaart uitzoeken.
Momenteel kun je kiezen uit drie stijlen, maar dit kunnen er eventueel nog meer worden.
| Een kaart van Midden-Europa ter vergelijking | |
| De eerste stijl ziet eruit als een topografische kaart. | De tweede stijl ziet eruit als een algemeen-geografische kaart. |
![]() |
![]() |
Klik op 'Gebruiken' of de kaartuitsnede onder het nummer van de stijl en aan de rechterkant wordt dan een voorbeeld van de kaart weergegeven.
Dit kan, afhankelijk van de kaartuitsnede, enkele minuten duren. Je moet dus wat geduld hebben.
Als je op 'Overnemen' klikt, wordt de kaart groot weergegeven op de linkerpagina van je fotoboek.
Je kunt de kaart dan nog schalen en verschuiven.
Maar als je het formaat van de kaart wijzigt, wordt de kaart opnieuw berekend en moet je de stijl opnieuw selecteren.
Dit is te zien aan de gevarendriehoek in de kaart.
|
Tips De kwaliteit van de kaart in je fotoboek lijkt slecht. |
Soms kun je extra informatie over plaatsen, gebieden en landen gebruiken.
Daar is de functie 'Teksten van internet gebruiken' voor bedoeld.
Als je op deze knop klikt, wordt er een dialoogvenster geopend waarbij je in 'Wikipedia GeoNames' kunt zoeken naar informatie.
Voer (net als bij 'Google') een geschikte zoekterm in en klik op 'Zoeken'.
De teksten/artikelen die bij je zoekterm zijn gevonden, worden dan weergegeven met een korte passage van de tekst.
Door op de knop 'Naar het artikel' te klikken, wordt deze Wikipediapagina in je browser geopend.
Hier kun je dan de delen van de tekst die je wilt gebruiken, kopiëren en in een tekstveld in de editor invoegen.