Onder 'Instellingen' vind je 'Instellingen...' voor de 'Boni'-software en 'Mijn account...' voor de gebruiker.
Hier vind je de basisinstellingen voor de 'Boni'-software.
Als je niet veel verstand hebt van ICT en alles naar behoren werkt, kun je alles zo laten als het is.
Sommige instellingen zijn alleen bij bepaalde producten te zien.
Als je instellingen die hier zijn beschreven, niet kunt zien, betekent dit dat je deze instelling niet kunt gebruiken voor het fotoproduct dat je hebt gekozen.
Het venster 'Instellingen' is aan de linkerkant opgedeeld in verschillende onderwerpen.
Achtergrondkleur: je kunt hier kiezen uit 5 verschillende tinten grijs voor de achtergrond van het werkvenster.
Hulpmiddelen: kleine of grote knoppen in de editor.
Als het programma wordt opgestart, kunnen er kleine tips over bepaalde functies of producten te zien zijn.
Dat kan handig zijn voor beginners die met de 'Boni'-software gaan werken.
Je kunt dit venster hier in- of uitschakelen.
Hiermee kun je instellen of eerst de 'fotoboekassistent' moet worden opgestart als je een fotoboek gaat maken.
Als je liever altijd zelf je fotoboek maakt, kun je de fotoboekassistent hier permanent uitschakelen.
Hiermee kun je de startpagina van de selectie kalenderdesigns in- of uitschakelen.
Hier kun je de zogenaamde 'basismap' kiezen. Je kunt hiermee dus instellen in welke map de editor eerst naar foto's moet zoeken.
Hier is standaard de map 'Afbeeldingen' ingesteld (het pad ziet er eventueel anders uit).
Als je klikt op de knop 'Bladeren', wordt een mappenoverzicht geopend waarin je een andere map kunt kiezen.
Hier kun je instellen welke clouddiensten je in de fotoverkenner wilt weergeven waarmee je online fotoalbums hebt gemaakt.
Met 'Bestandsnamen weergeven' kun je instellen of bij de foto's in de fotoverkenner de bestandsnaam moet worden weergegeven. De instelling 'Bestandsnamen weergeven' is standaard uitgeschakeld.
Hiermee kun je instellen waar het storyboard moet staan.
Als je kiest voor 'automatisch', wordt het storyboard zo geplaatst dat er zoveel mogelijk ruimte overblijft voor het werkvenster in de editor.
Hiermee kun je instellen wat er moet gebeuren als een foto die je hebt ingevoegd, te dicht bij de rand staat.
De foto's die te dicht bij de rand staan, worden doorgaans aan de rand vastgelegd en staan dan iets over de rand heen. Zo worden ongewenste randen bij het afsnijden van foto's bij de productie voorkomen.
|
Ongewenste randen zijn smalle stroken tussen de foto/clipart en de rand van de pagina in de kleur van de achtergrond en ze zien ze er meestal niet mooi uit. |
Hiermee kun je instellen wat er moet gebeuren als een tekstveld te dicht bij de rand staat.
Hiermee kun je instellen wat er moet gebeuren als een landkaart te dicht bij de rand staat.
Hiermee kun je instellen wat er moet gebeuren met een clipart als er een andere indeling is gekozen.
Hiermee kun je instellen wat er moet gebeuren met gegenereerde landkaarten als er een andere indeling is gekozen.
Bij veel objecten in je fotoboek worden zogenaamde 'tooltips' weergegeven als je hier met de muis op gaat staan, bijvoorbeeld het bestandspad van een foto of instructies bij het bewerken. Je kunt deze tooltips hier in- of uitschakelen.
Als deze optie is ingeschakeld, verschijnt er een speciale tooltip als je een fotoveld verschuift of het formaat ervan aanpast. Bij deze tooltips zijn dan de gegevens van de positie en afmetingen van het veld te zien.
Als deze optie is ingeschakeld, verschijnt er bij de miniaturen in de objectselectie in de tooltip een nummer waarmee het object eenduidig kan worden geïdentificeerd.
Dit kan handig zijn als je een fout wilt opsporen.
Als je naar een andere pagina van je fotoproduct gaat, worden bij de selectie van de indelingen alleen de indelingen weergegeven die overeenkomen met het aantal foto's of fotovelden op de pagina die je hebt geopend.
Hier kun je instellen of de indeling die je hebt gekozen, moet worden gewijzigd of niet.
Als dit vakje is aangevinkt, krijg je een waarschuwing te zien als je een QR-code wist met de melding dat de video die je hebt geselecteerd, niet wordt geüpload.
Hiermee wordt automatisch op de tekst van de boekrug ingezoomd als je deze bewerkt.
Hier kun je de weergave van het hulpraster in- en uitschakelen.
Hiermee kun je de afstand tussen de rasterlijnen instellen.
Hiermee kun je instellen of de rasterlijnen beter te zien moeten zijn.
De 'uitlijnfunctie' in- of uitschakelen.
Als deze functie is ingeschakeld, wordt een object verticaal en horizontaal in één lijn met andere objecten uitgelijnd als het wordt verschoven of geschaald.
Als het hulpraster is ingeschakeld, wordt het object ook aan de kruispunten van het raster uitgelijnd.
Met de schuifbalk kun je instellen hoe dicht een object bij de randen van andere objecten of rasterlijnen moet komen te staan als het wordt verschoven en dus wordt uitgelijnd.
Met de instelling 'Spellingcontrole tijdens het typen aanzetten' kun je de automatische spellingcontrole in- of uitschakelen.
Je kunt ook een ander woordenboek gebruiken voor de spellingcontrole, bijvoorbeeld een woordenboek dat je al hebt geïnstalleerd of een woordenboek voor een andere taal.
Bij veel tekstverwerkers (bijvoorbeeld 'Microsoft Word' of 'Open Office') is er al een woordenboek geïnstalleerd. En als je steeds onbekende begrippen aan dit woordenboek hebt toegevoegd, is dit woordenboek bijzonder nuttig en je kunt het dan ook bij de Boni-software gebruiken.
Woordenboekbestanden zijn te herkennen aan de extensie '.dic'.
Hiermee kun je de 'rodeogenfunctie' instellen, dus wat er moet gebeuren met een foto die je met flits hebt gemaakt.
Instellingen voor de automatische 'rodeogencorrectie'.
Mogelijke instellingen: 'navragen bij elke foto', 'rode ogen altijd automatisch corrigeren' en 'rode ogen nooit automatisch corrigeren'
(het programma ziet aan de Exif-gegevens of een foto is gemaakt met flits. Exif-gegevens zijn de gegevens die bij het fotobestand worden opgeslagen).
Je kunt de functie 'Automatische foto-optimalisatie' hier helemaal in- of uitschakelen.
Speciaal voor foto's die zijn bewerkt met een fotobewerkingsprogramma (dit wordt uitgelezen uit de metagegevens van de foto) kun je instellen of er bij elke foto moet worden nagevraagd of de automatische foto-optimalisatie nooit of altijd moet worden toegepast.
Hier kun je instellen of 'rodeogencorrectie' ook in het lab nog eens moet worden toegepast.
Hier kun je voor verschillende fotoproducten instellen wat er moet worden gedaan met het fotoveld als de indelingen van het fotoveld en de ingevoegde foto niet overeenkomen.
Je kunt hier voor verschillende producten apart instellen wat er moet worden gedaan.
Hiermee wordt de foto in het midden van het fotoveld geplaatst zonder de indeling van het fotoveld te wijzigen (zie de afbeelding onder in het midden). Delen van de foto die buiten het fotoveld vallen, zijn dan niet meer te zien. Je kunt de foto binnen het fotoveld verschuiven om belangrijke onderwerpen op de foto weer zichtbaar te maken (of om onderwerpen die juist niet zichtbaar moeten zijn, onzichtbaar te maken).
Hiermee wordt het fotoveld aan de indelingen van de foto aangepast (zie de afbeelding rechtsonder). De langste kant van de foto wordt daarbij zo goed mogelijk aan het fotoveld aangepast.
De indeling verandert hierbij vaak aanzienlijk, bijvoorbeeld als je een staande foto in een verticaal uitgelijnd fotoveld invoegt. De ingevoegde foto wordt dan altijd helemaal weergegeven, ook als je het formaat van het fotoveld aanpast.
Voorbeelden:
|
Leeg fotoveld
|
Veldgrootte behouden
De originele foto wordt bijgesneden door het fotoveld |
Fotoveld wijzigen
Het fotoveld neemt de indeling van de originele foto over |
Bij deze instelling wordt automatische gezichtsherkenning gebruikt.
Als er met deze functie een gezicht of meerdere gezichten op een foto worden herkend, wordt er geprobeerd de foto binnen het fotoveld zo te verschuiven dat een zo groot mogelijk deel van de gezichten te zien is.
Deze instelling wordt alleen toegepast bij 'Veldgrootte behouden en het midden van de foto gebruiken'.
Als een foto geografische gegevens bevat, wordt er automatisch een landkaart aangeboden die hoort bij deze geografische gegevens.
Bij 3D-foto's of stereofoto's in JPS-indeling (JPEG-stereo) is niet vastgelegd welke foto voor welk oog is bedoeld.
Er verschijnt daarom een dialoogvenster waarin je met een bril die hier geschikt voor is, het diepte-effect kunt controleren en de toewijzing kunt instellen.
Hier kun je het gebruik van gekleurde randen om foto's helemaal in- of uitschakelen en je kunt hier ook de dikte en kleur van de rand instellen.
Klik op het kleurvakje om de kleur te wijzigen.
Er wordt een nieuw venster geopend waarin aan de linkerkant verschillende standaardkleuren te zien zijn waar je uit kunt kiezen.
Onder de standaardkleuren kun je klikken op 'Pak een kleur uit de foto'. Dit is hetzelfde als de 'pipet' bij andere fotobewerkingsprogramma's.
Met een dradenkruis kun je de kleur kiezen van een pixel naar keuze op je beeldscherm of een foto die je hebt geselecteerd.
Aan de rechterkant is een kleurenspectrum te zien en hiermee kun je alle kleuren met elkaar mengen of de kleur wijzigen.
Klik hiervoor gewoon op de gewenste plaats in het kleurenspectrum.
Je kunt onder het kleurenspectrum ook de numerieke waarden invullen.
Sla een kleur op als eigen kleur als je deze kleur vaker wilt gebruiken.
Klik hierbij bij 'Eigen kleuren' op een vakje dat je nog niet hebt gebruikt of niet meer nodig hebt en klik dan op 'Aan eigen kleuren toevoegen'. De kleur wordt dan in het geselecteerde vakje gezet.
Klik vervolgens op 'OK' rechtsonder. De kleur wordt dan overgenomen.
Vink het vakje voor 'Schaduw' aan als je al je foto's wilt voorzien van een slagschaduw.
Met Afstand van de schaduw kun je instellen hoe ver de schaduw van de foto af moet staan.
Met Intensiteit kun je instellen hoe doorzichtig de schaduw moet zijn. Je kunt hiermee instellen of de schaduw lichter of donkerder moet zijn.
Met behulp van de regelaar die je met de muis kunt draaien, kun je de richting van de schaduw instellen.
Met Onscherpte kun je de schaduw vager maken (bij 0 px heeft de schaduw harde randen).
Met Uitsteken kun je instellen hoe groot de schaduw moet zijn. Bij 0 mm is de schaduw net zo groot als de foto.
In het voorbeeld is te zien hoe de schaduw er met deze instellingen uit komt te zien.
|
Dit zijn algemene instellingen voor alle foto's die nog worden ingevoegd |
Hier kun je de zogenaamde 'werkmap' kiezen en instellen waar het programma de gegevens die het voor het project nodig heeft, tussentijds moet opslaan.
Als je klikt op 'Bladeren' wordt een mappenbrowser geopend waarin je een andere map kunt kiezen.
Bij veel camera's en fotobewerkingsprogramma's wordt er een kleine miniatuur (thumbnail) bij de Exif-gegevens van een digitale foto opgeslagen.
Als je deze optie hebt ingeschakeld, gebruikt de fotosoftware de voorbeeldgegevens uit de Exif-gegevens van de foto en er wordt geen eigen voorbeeld gemaakt.
De weergave van de foto's is daardoor wat sneller, maar de weergave kan afhankelijk van de kwaliteit van de Exif-thumbnail slechter zijn.
Met de instelling 'grootte van het cachegeheugen voor foto's' kun je de verwerkingssnelheid van de 'Boni'-software beïnvloeden.
De cache is het deel van het werkgeheugen dat een programma van het werkgeheugen van de computer reserveert.
Hoe groter de cache, des te meer gegevens (foto's) er in het werkgeheugen kunnen worden opgeslagen. Daardoor wordt het programma sneller omdat ze niet te hoeven worden geladen van de langzamere harde schijf. Het werkgeheugen kan dan niet worden gebruikt voor andere lopende programma's, die hierdoor langzamer worden.
Verwisselde bestanden op de harde schijf wissen.
Hier kun je de toegang van het programma tot internet configureren.
Je kunt deze instellingen negeren als je alleen fotoproducten op cd wilt bestellen.
Een proxy is een plaats waar twee verschillende netwerken met elkaar kunnen worden verbonden.
Kies 'Geen proxy gebruiken' als je voor dit programma geen proxy nodig hebt.
Als je een betrouwbare internetverbinding hebt, kun je kiezen voor de functie 'Systeemproxy gebruiken'. Daarbij worden de instellingen van je computer gebruikt voor de internetverbinding.
De instelling 'Eigen proxy gebruiken' wordt meer gebruikt binnen een groter netwerk met eigen proxy's of bij een firewall.
Vraag je systeembeheerder welke instelling je moet kiezen.
Als je klikt op 'Starten', worden er een aantal verbindingspogingen ondernomen.
Als er zich problemen voordoen, kun je bij 'Details' de resultaten bekijken.
Je kunt de gegevens in dit bestand opslaan als je een ondersteuningsverzoek wilt indienen.
Informatie over dit programma, bijvoorbeeld versienummer, aanmaakdatum, programmanaam en copyrightinformatie.
De contactgegevens voor de klantenservice, zoals het e-mailadres en telefoonnummer.
Je kunt hier verder instellen of er debug-gegevens moeten worden opgeslagen en waar het debug-bestand moet worden opgeslagen.
De klantenservice kan met behulp van deze debug-gegevens bij problemen met de software vaststellen wanneer en eventueel bij welke programmamodule er een fout is opgetreden.
Wij proberen dat vastgestelde fout dan op te lossen met de volgende programma-update.
Verplichte informatie over dat we veilig omgaan met je gegevens.
Inloggen om je wachtwoord, adres, e-mailmeldingen en fotoservicelogin te wijzigen.